Brahim Laytouss: een minzame moslim met een missie

Godsdienst. Een bron van ambigue gevoelens. De drang naar extremisme en geweld kan me mateloos irriteren, maar als bron van fantastische verhalen blijft de materie me desondanks intrigeren en inspireren. Voor dit interview maakte ik ‘de grote oversteek’ naar de islam. Brahim Laytouss’ geruststellende houding nam  mijn koudwatervrees weg. Meer nog: zijn hoopvolle boodschap leerde me dat dat water helemaal niet zo diep is.

Imam Brahim Laytouss is sinds 1999 voorzitter en de oprichter van de Al Markaz-moskee te Gent. In 2009 werd hij algemeen directeur van de Islamic Development And Research Academy (IDARA). Sinds 2012 is hij verbonden aan het “Instituut voor Marokkaanse en Mediterrane studies” (IMaMs) van de Universiteit Antwerpen, waar hij aan een doctoraat werkt over de radicalisering bij moslims. Het tijdschrift Knack noemde hem ooit de op veertien na invloedrijkste allochtoon van België, mede omdat hij ook taboes binnen de moslimgemeenschap bespreekbaar wil maken. Hij nam stelling tegen onder meer homohaat en vrouwenbesnijdenis. In 2015 richtte Laytouss de Europese stichting voor theologen, imams en predikers (ESTIP) op.

Als theoloog benadert hij zijn studieobject op een wetenschappelijke wijze en heeft hij een encyclopedische kennis van de Koran, het boek dat de basis vormt van zijn godsdienst en van het leven van miljoenen geloofsgenoten.
Het is vooral dat Heilige Boek dat mijn interesse wekt. Misschien is godsdienst wel het oervoorbeeld om de kracht van verhalen in de verf te zetten. Bijna alle wereldgodsdiensten gaan immers terug op één groot verhaal, dat wordt gedeeld met een hele gemeenschap en door miljarden mensen wordt gebruikt als leidraad, maar jammer genoeg ook door miljoenen als wurgkoord.

Een interview met de Antwerpse bisschop Johan Bony was ongetwijfeld een meer logische keuze voor dit boek. Ik ben tenslotte sterk christelijk opgevoed en de verhalen van de Bijbel staan op de stenen tafelen van mijn geheugen gegrift. In mijn geest moet logos het echter een keertje afleggen tegen pathos en ik kies bewust voor een interview met Brahim Laytouss. Ik pleit schuldig. Ingaan op de islam is letterlijk en figuurlijk brandender dan een gesprek over het christendom. Maar het is toch vooral nieuwsgierigheid die me stuwt. Als verhalenverteller en –verslinder ben ik razend benieuwd naar wat Brahim te vertellen heeft over het boek dat na veertien eeuwen meer dan ooit zijn stempel drukt op de wereld. Zijn de verhalen uit de Koran zo anders? Wat maakt dat die verhalen inspiratie bezorgen aan meer dan anderhalf miljard gelovigen en irritatie aan miljoenen anderen?

Het wordt een lang en leerrijk gesprek met een bedachtzame en minzame mens met een missie.
Brahim verbaast me met zijn kennis en met zijn brede visie, maar vooral met zijn objectieve openhartigheid en zijn onverhulde optimisme over de toekomst. Brahim deelt met mij de gretigheid om verhalen te verslinden, maar gelooft dat ze ook, over de grenzen van ras of religie heen, verbinden. Een gesprek met een doorleefde denker die ervan overtuigd is dat je met humanisme meer bereikt dan met extremisme.

 

Verhalen als magneet, niet als breekijzer

 

Ik ben geen theoloog, en al helemaal geen islamkenner. En dus waag ik me op glad ijs als ik voorzichtig zeg dat ik heel wat parallellen zie tussen de verhalen in de Bijbel en die in de Koran. Brahims goedkeurende geknik licht een tipje van de sluier en zijn antwoord zegt nog veel meer.
“Eigenlijk mag je nog een stap verder gaan dan te zeggen dat de verhalen van de verschillende wereldgodsdiensten verrassend veel gelijkenissen vertonen. De godsdiensten zelf doen dat namelijk ook. De verschillen, die er onmiskenbaar ook zijn, zijn eerder cultureel, geografisch en tijdsgebonden, maar fundamenteel hebben de diverse godsdiensten en hun heilige boeken heel veel gelijkenissen. De verhalen die worden opgetekend hebben dikwijls een lange mondelinge voorgeschiedenis en hebben als doel om mensen met elkaar te verbinden en een gevoel van eenheid te creëren, niet om te polariseren of om tweedracht te zaaien. Doorheen heel de geschiedenis hebben verhalen een doorslaggevende rol gespeeld in de vorming van een identiteit en van een gevoel van verbondenheid. Meer nog, soms zorgden verhalen voor hoop en lichtpunten in duistere tijden. Zo hebben de verhalen van Homeros de Grieken door een ‘duistere periode’ geloodst en bepaalden ze later het beeld van ‘de ideale Griek’ in de bloeiperiode van het volk. Meer recent konden de Joden troost putten uit hun enorm rijke verhalencultuur toen ze tijdens de Tweede Wereldoorlog door hun diepste dal moesten. Ook de islam kent, als relatief ‘jonge’ godsdienst, een bijzonder rijke traditie aan verhalen. Jij ziet parallellen in de verhalen en ik durf zelfs nog verder gaan. De hoofdrolspelers van sommige verhalen in de Bijbel en de Koran zijn identiek en die verhalen zelf kennen nauwelijks verschillen. Als er tussen de godsdiensten zelf al heel wat gelijkenissen zijn, moeten er tussen de aanhangers ervan toch nog veel meer raakpunten zijn? In dat laatste wil ik echt geloven. We moeten verbroederen in plaats van ons gezamenlijk mens-zijn te laten verloederen.
Ik wil even op de Koran zelf ingaan. Naast een basis die in heel wat andere godsdiensten terugkomt, kent het heilige boek van de moslims ook een onmiskenbare eigenheid en een sterke identiteit. De invloed van de Arabieren en van de tijdsgeest in de zevende eeuw komen heel sterk naar voren. Naast een gevoel van verbondenheid creëerde de Koran ook heel wat praktische richtlijnen. De Koran gaat de positieve eigenschappen van de Arabieren beklemtonen, bijsturen en propageren op grote schaal.
In de openbaringen die Mohammed krijgt, mag de invloed van de Arabieren dan wel groot zijn, toch wordt dat toonaangevende volk ook op een kritische en ethische rooster gelegd. Zo vindt men de zaken die een gevaar kunnen betekenen voor de maatschappij, niet terug in de islam. Het drankmisbruik, de gokverslavingen en de woekerrentes die bij de Arabieren gangbaar waren, maken plaats voor soberheid en naastenliefde.
In de Koran zit naast heel veel universele wijsheden en waarheden dus ook ontegensprekelijk de invloed van de maatschappij veertien eeuwen geleden en van een toonaangevend volk binnen die maatschappij.”

Hertalen in plaats van vertalen

“Die teksten zijn, zeker ook binnen de islamwereld zelf, voer voor interpretatie en discussie in het beste geval en voor onenigheid en geweld in het slechtste geval. Het is pertinent onjuist om de islam als een conservatieve godsdienst voor te stellen en het is nog veel fouter om ze te reduceren tot een godsdienst van geweld. Als theoloog hou ik me, net als duizenden anderen voor en met mij, bezig met tafsir, ons equivalent van de exegese en dus niet meer of minder dan een interpretatie van de originele Koran. Voor die studie richten we ons op het Arabisch uit de tijd van Mohammed en op de grammaticale en taalkundige principes die toen van toepassing waren. De verschillende interpretaties leidden tot verschillende stromingen binnen de islam. In de negentiende en de twintigste eeuw waren er heel wat legitieme pogingen om islamitisch verantwoorde antwoorden te geven op een snel veranderende maatschappij. Die innovatieve en intelligente interpretaties zijn er nog steeds, maar ze zijn een fluisterende stem naast het gebulder en het wapengekletter van het extremisme. De ‘islamitische’ hervormingsbewegingen die geweld prediken in naam van de islam, beperken zich tot een hernieuwde, rigoureuze toepassing van de Koran, waarbij ze de tafsir die gedurende 1400 jaar zijn gemaakt, niet erkennen. Het zijn niet-geestelijken die de islamitische wetten misbruiken zonder rekening te houden met de wijsheid van ettelijke religieuze leermeesters.
Samen met mij zien heel wat ‘collega’s’ het als onze taak om een moderne en toegankelijke Koranexegese te schrijven, die rekening houdt met de eigenheid van een geloof, met een rijk verleden en met het gewijzigde heden. We willen een mooi en sterk verhaal dat steun en richting geeft aan vele miljoenen hertalen naar een eigentijds begrip met nog meer impact. We geloven erin. Het vraagt energie en tijd, maar ooit komt het goed. We zijn nu in stilte ons huiswerk aan het maken en brengen niet heel de tijd dingen naar buiten, omdat de tegenkanting uit extreme hoek ons heel veel tijd en energie zou kosten. Noem het stilte naast de storm. We bieden een vreedzaam alternatief dat het zal halen als de opruiende stemmen uitgebruld zijn. En die tijd komt!”

Naar de bron

Met zijn doorleefde maar discrete discours wakkert Brahim mijn hoop aan. Eén sereen gesprek heeft op mij een grotere impact dan de stormvloed aan tirades of polemische praatjes. Ik ga straks maar wat graag in op zijn visie op de toekomst, maar het lijkt me noodzakelijk om eerst naar de basis te gaan. Ik wil van Brahim graag horen wat de Koran precies is alvorens te luisteren naar zijn interpretatie ervan.
“De Koran geeft volgens de islamitische traditie de woorden weer die God via de engel Djibriel of Gabriel aan Mohammed openbaarde in het Arabisch. Het is het enige islamitische Heilige Boek dat zuiver is overgeleverd. Het werk is niet chronologisch ingedeeld en bevat in totaal honderdveertien soera’s of hoofdstukken. De stijl is erg verweven, waardoor je als lezer of als luisteraar verplicht wordt om je onverdeelde aandacht op de tekst te vestigen. Tegenstellende zinsverbanden, dramatische verzen, enumeratie, opsomming van de eschatologie, eedformules en zelfs omgekeerde woordorde wisselen elkaar af, terwijl these en antithese als onafscheidelijk duo permanent van de partij zijn. De soera’s kunnen opgedeeld worden in de Mekkaanse soera’s, die gaan over de openbaringen die Mohammed kreeg in Mekka, waar hij woonde en geestelijk leider was van een beperkte aanhang maar ook veel tegenkanting kreeg en de Medinese soera’s, die Mohammed kreeg in Medina, waar hij ook politieke macht had.
Om de Koran zo objectief mogelijk te bestuderen, is het belangrijk om hem in het originele Arabisch te lezen, omdat een vertaling ook al een interpretatie is.” Alle vertalingen die vandaag worden geraadpleegd en circuleren, zijn ook maar een interpretatie van betekenis en dus zelf voor interpretatie vatbaar. Niet voor niets zegt men in het Frans “Traduire, c’est trahir “. Naast de hermeneutische methode van Paul Ricoeur is ook Antoine Berman dezelfde mening over de vertaling toegedaan. Hij verwoordt het iets genuanceerder: “Parler de traduction, […] c’est parler du mensonge et de la vérité, de la trahison et de la fidélité.” (Berman, 2001: 17). Er is met andere woorden naast het scala van bestaande vertalingen ook nood aan een hedendaagse tafsir, die past in en bij de Europese context en compatibel is met de evolutie van de wetenschap.
Die nieuwe hertaling moet er echt komen, omdat het boek de basis kan vormen voor een nieuwe islamitische zienswijze en een positief en constructief elan.
In de tussentijd moeten we mensen sensibiliseren om de bestaande werken ‘juist’ te lezen. Het is frappant hoe het Arabisch, als taal van openbaring, door de meerderheid wordt onderschat als functionele factor voor matiging en wetenschappelijkheid.
Religieus extremisme ontstaat niet alleen door externe factoren, maar deels ook intern. Radicalisten trekken de heiligheid en de letterlijkheid van de Schriftuurlijke teksten over de hele lijn door en menen zich op grond daarvan alle middelen te mogen veroorloven, inclusief de gewelddadige. Er wordt nergens ruimte geboden aan openheid en aan de talige insteek van de basisteksten, die systematisch een beroep doen op een brede kijk en menselijkheid.
Dit talige aspect is nochtans het criterium voor de moejtahid (de vernieuwer) om via een zelfstandige redenering (het Ijtihadprincipe) een specifieke rechtspraak of islamitische regelgeving tot stand te laten komen.
De uitdaging ligt er dus in om met een uitgebreid instrumentarium en een eigentijdse, wetenschappelijke geest de Koran correct uit te leggen en een Koranexegese te schrijven waarin eeuwige wijs-en waarheid gecombineerd worden met een hedendaagse humane visie.

De kerk in het midden

Nu ik de objectieve origine ken, ben ik erg benieuwd naar Brahims visie hierop. Tot nu toe heb ik in heel zijn uitleg veel nuancering gehoord, en begrip en respect voor alles wat ter sprake komt. Brahim Laytouss lijkt mij niet de man om zijn eigen godsdienst te herleiden tot een karikatuur die alleen maar ergernis opwekt.
“Zoals gezegd is er geen unanieme lezing van de Koran en zijn er, zoals bij de meeste godsdiensten, diverse stromingen. Sommigen interpreteren de Koran niet en nemen hem letterlijk en aan de andere kant van het spectrum zijn er de rationalisten, die stellen dat de taal van 1400 jaar geleden onmogelijk letterlijk kan genomen worden. Daartussen ligt een breed middenveld, dat alles gaat interpreteren naar plaats en tijd. Ik beschouw me als een middenvelder, die zich van zijn verdedigende taken kwijt en het opneemt voor zijn eigen godsdienst, maar die bij momenten ook mee in de aanval trekt om die godsdienst op een eigentijdse en correcte manier op de wereldkaart te zetten. Als theoloog lees ik de Koran in zijn authentieke versie, maar wel met de leesbril die het beste past bij de islam, een godsdienst die gedijt in een rijke traditie van verhalen. Die verhalen zijn ook in ons Heilige Boek van de partij en qua strekking liggen ze erg dicht bij de toon van de Bijbelse parabels. Een verhaal dient als verpakking van een universele les voor vele generaties.
Ik sluit me aan bij de meerderheid van de moslims die stelt dat een verhaal nooit als bron voor regelgeving kan gebruikt worden. Wat dat betreft, is er binnen de godsdienst zelf een behoorlijk grote vorm van scepsis en controle, zeker als het gaat over de profetische traditie, de Soenna.
Anderzijds geloof ik ook dat er in de Koran tussen de verhaallijnen een grote vorm van authenticiteit zit. De profeet van de islam, Mohammed, manifesteert zich niet als een onfeilbare superheld en die menselijke kwetsbaarheid maakt Hem geloofwaardiger en doet mij –ook als kritische wetenschapper- intenser geloven.
De manier waarop de openbaring tot stand is gekomen, voedt die visie. Het is niet zo dat Mohammed in één lange gulp toehoorder was van Gods monoloog. Djibriel reveleerde die wijsheden mondjesmaat gedurende een periode van drieëntwintig jaar. Mohammed stuitte meer dan eens op zijn eigen beperkingen en moest vaak het antwoord schuldig blijven op vragen van aanhangers. In het beste geval zou Gabriël hem bij zijn volgende bezoek de kennis schenken die hij nu nog niet had.
De soera ‘Hij fronste’ is voor mij hét argument voor authenticiteit. Mohammed vertelt dat er een blinde man bij hem kwam om hem te raadplegen over religie en dat hij die man liet wachten omdat hij voorrang gaf aan de notabelen die zijn advies vroegen. God wijst hem hiervoor terecht en veroordeelt zijn onderscheid tussen rijk en arm. Als de Koran het resultaat zou zijn van Mohammeds fantasie, zou hij dit deel wel hebben weggelaten.
Voor mij is de Koran een gelaagd boek, met een mix van theologiserende verhalen en waarheid, maar een constante van waarachtigheid.”

Eerst leren, dan lezen

Hoewel mannen zogezegd geen twee dingen tegelijk kunnen doen, knettert er tijdens Brahims gewikte en wijze woorden toch een vreemde vaststelling in mijn hoofd. Ondanks mijn katholieke opvoeding en mijn onstilbare drang naar verhalen heb ik de Bijbel nooit volledig gelezen. Hoe bizar is dat? ‘Mijn’ godsdienst heeft één werk dat bol staat van de verhalen en van de symboliek en ik heb het nooit verslonden. Toch zijn die Bijbel en een foute, fragmentarische lezing ervan de oorzaak geweest van onnoemelijk lijden en eindeloos bloedvergieten. Contextloze ‘citaten’ werden misbruikt om gratuit geweld te rechtvaardigen. Zou het kunnen dat momenteel hetzelfde gebeurt bij een andere godsdienst? Zijn er daar tal van schreeuwers die zich beroepen op een boek dat ze niet kennen?
“Met je vraag raak je een aantal bijzonder belangrijke en gevoelige punten aan. Ik ga later graag in op het gevaar van een selectieve en fragmentarische lezing. Je kan het vergelijken met diëten die zichzelf promoten met slogans als ‘nooit meer honger’ en ‘eet zoveel je wil’. Mensen stappen mee in dat verhaal en gaan die richtlijn om veel te eten erg strikt volgen, maar vergeten de geboden om bepaalde zaken te laten. Het hoeft geen betoog dat dergelijk dieet geen slaagkansen heeft. Of concreter, een gewelddadige drugdealer die een deel van zijn vermogen schenkt aan goede doelen, blijft een crimineel. Godsdienst wordt soms ook ‘sloganesk’ misbruikt, met alle excessen als gevolg.
Voor ik daarover doorboom, wil ik benadrukken dat het bestuderen van de Koran, zeker voor mensen als ik, een levenswerk is. Het is erg belangrijk om te leren stappen alvorens te willen lopen. Zo krijgt een islamitische theoloog een brede waaier aan lessen alvorens hij aan de Koran kan beginnen. Hij wordt ondergedompeld in de semantiek, de symboliek en de linguïstiek van een taal van 1400 jaar geleden. We krijgen ook heel wat tools aangereikt die duidelijkheid scheppen in de structuur van het Heilige Boek. En pas dan is het mogelijk om aan een genuanceerde lezing te beginnen. De Koran bevat geen romanstructuur, maar zit wel bijzonder vernuftig en consistent in elkaar, zonder hiaten of contradicties. Er is ruimte voor diverse interpretaties, maar het boek zelf biedt geen tegenstellingen die onverzoenlijk zijn. In het boek zijn heel veel repetitieve elementen, die de lezers bij de les houden en voor herkenning zorgen. Zo wordt Mozes bijvoorbeeld meer dan twintig keer vernoemd. Losstaande, afgeronde verhalen komen op een enkele keer na niet voor. Het verhaal van Jozef is de grote uitzondering op die regel. Jozef wordt ten onrechte van allerlei zaken beschuldigd en verzeilt voor een lange periode in de gevangenis, maar zijn optimisme en geloof redden hem. Qua ethos kan dat tellen. Als je blijft geloven, komt het goed. Heel goed zelfs, want Jozef wordt uiteindelijk koning. Ook voor pathos is er heel wat ruimte in dit prachtige verhaal. Het verdriet van de ouders en van een hele familie en een maatschappij komen aan bod, maar de Latijnse wijsheid ‘amor vincit omnia’ blijkt de moraal van het verhaal.
En net om die reden is dit verhaal een doorn in het oog van sommigen. Een variant van IS ontkent en verbiedt het verhaal, omdat volgens hen liefde en romantiek niet in religie thuishoren.
Door die dingen te ontkennen en luidkeels andere en eerder opruiende zaken te verkondigen, ontstaat er een erg negatieve én volledig foute perceptie.
Want de islam is een godsdienst van liefde. Allah kent én erkent de mens, met zijn lasten en zijn lusten. De profeten in de Koran zijn zulke dankbare rolmodellen omdat ook zij problemen hebben, niet in het minst met hun vrouwen en hun kinderen.
Om op de Koran terug te komen, je moet eerst de ‘regels’ kennen voor het boek echt toegankelijk wordt. In de Koranwetenschap wordt je aangeleerd hoe je de structuur en de stijl moet interpreteren.
Zonder die kennis is het geen evidentie om de Koran te lezen, laat staan hem te doorgronden of te verklaren.
Het is heel logisch dat je als niet-ingewijde af en toe sukkelt met de Koran: soms heeft hetzelfde woord immers een heel verschillende betekenis, met een totaal andere gevoelswaarde. Zo komen woorden als geduld en vergiffenis talloze keren voor. De gewone lezer heeft geen oog voor de nuancering die voor de wetenschapper wel essentieel is.”

Een fragmentbom onder de samenleving

Haast organisch belanden we bij een heet hangijzer. Ik heb geen enkele keer moeten ‘prikken’ of Brahim moeten overtuigen dat er iets misloopt. Daarover zijn we het, net als over heel wat andere zaken, eens. Kan Brahim de vinger op de wonde leggen? En is die wonde nog te genezen?
Hij gaat dieper in op de zaken die bij de vorige vraag al fragmentarisch aan bod kwamen.
“Ik maak even een bruggetje met mijn laatste woorden. Kiezen voor de juiste nuancering van een woord is een bijzonder delicate opgave die ons als wetenschappers heel wat moeite kost.
Het zijn diezelfde woorden die op grote schaal gebruikt worden zonder kennis van zaken, met een bewuste keuze voor die betekenis die, los van de historische en literaire context, het beste in een bepaald kraam past. Dat is geen gebruik van woorden, maar bewust misbruik.
Ik kom heel graag terug op jouw woorden, Johan. Jij hebt genoten van bepaalde zaken uit de Bijbel, maar dat maakt van jou geen Bijbelkenner. In een gesprek met een theoloog of een exegeet zou je het op basis van rationele kennisargumenten snel moeten afleggen. Maar misschien roep je wel heel hard en kan je jouw ‘verhaal’ heel mooi verpakken, waardoor de andere partij zich geïntimideerd voelt en afdruipt. Het is een manke vergelijking omdat ik je nu manipulatieve eigenschappen toedicht die ik niet in je zie, maar dat is eigenlijk wel wat er aan het gebeuren is. De Koran wordt door sommigen herleid tot een serie slogans waaruit je naar hartenlust kan plukken. Door die fragmenten luid en vaak te brullen, worden ze, geheel onterecht, tot enige en onfeilbare waarheid gepromoveerd. Een heel boek en een daaraan gekoppelde godsdienst worden tot enkele selectieve slogans gedegradeerd. Net als de meeste andere godsdiensten is de islam een godsdienst van liefde en hoop, met als doel de mensen te helpen in hun streven naar geluk en samenhorigheid. Maar het ontsporen van die uitstekende initiële intentie van godsdienst blijkt jammer genoeg een bloedrode draad doorheen de geschiedenis. Ook sommige vormen van ontaard nationalisme hadden een mooie kiem van samenhorigheid als bron.
In de islam zijn er eigenlijk vrij snel diverse strekkingen geweest. Het grote verschil tussen Jezus en Mohammed is misschien wel dat die laatste tijdens zijn periode in Medina naast en dankzij zijn religieus gezag ook politieke invloed genoot en dat die twee van bij het begin wat nauwer met elkaar verweven waren dan in de Bijbel. Na de dood van Mohammed ontstaat er dan ook een ‘strijd’ om de macht, terwijl religie niet om macht gaat.
Maar omdat religie verbindt en bindt, wordt ze vaak ingezet als politiek wapen. In heel wat landen bestaan er Ministeries van Religieuze Zaken, machtige apparaten die worden misbruikt om de massa te beroeren. En voor die massa zijn het onzekere tijden, zoals voor bijna alle mensen ter wereld. In tijden waarin er heel veel heel snel verandert, merk je dat mensen als reflex vaak gaan teruggrijpen naar het andere uiterste, naar tradities die soms op sterven na dood waren. Religie kan op dergelijke momenten houvast bieden, maar de deur naar misbruik staat jammer genoeg op een kier.
Het grote probleem is dat de doorsneemoslim slechts een fractie van zijn geloof kent en zich geroepen voelt om devoot te doen wat hem van hogerhand onder het mom van religie wordt opgedragen. Die beperkte kennis van het geloof vindt haar oorsprong in de lage alfabetiseringsgraad in de Arabische wereld, waardoor de gelovigen niet kunnen terugvallen op lectuur die hen duiding en duidelijkheid zou kunnen bieden. En dat is een bijzonder explosieve cocktail. Meer dan de helft van de Arabieren is analfabeet en zeer gelovig, waardoor ze mythes blindelings gaan geloven zonder ook maar één ‘reality check’ te kunnen uitvoeren. De politieke machthebbers springen hier bijzonder gretig op en bespelen onder de dekmantel van godsdienst een miljoenenpubliek. Als je weet dat er in Egypte alleen al meer dan 100.000 drukbezochte moskeeën zijn, weet je dat het potentieel van de politiek-religieuze propaganda immens is. Alle regimes en, veel gevaarlijker nog, terroristische groeperingen die godsdienst inzetten als wapen in hun strijd, kiezen steevast voor een bijzonder selectieve en vaak flagrant foute versie van de Koranexegese, die ze nooit globaal en nog veel minder vanuit een wetenschappelijke visie benaderen.”

Het tij keren…

De analyse van Brahim is glashelder en staalhard. Kwetsbare gelovigen krijgen een heel beperkte en extreme versie van hun geloof voorgeschoteld. Politieke propaganda krijgt een bijna dogmatische dimensie en de opruiende oproepen krijgen navolging in woord en daad. Een houding die letterlijk en figuurlijk een bom legt onder de hele wereldorde, zeker omdat het ‘weldenkende westen’ meegaat in de verenging en de extreme expressie van subversieve splintergroepen beschouwt als ‘de islam’.
Brahim was daarstraks doordrongen van hoop en ik ben benieuwd welk licht hij kan doen schijnen in deze duisternis.
“Ik ben bijzonder verheugd over het feit dat je ook oog hebt voor de ‘collateral damage’. De terroristische tactiek van een kleine minderheid dreigt een hele godsdienst en al haar gelovigen te ‘verketteren’. Te vaak leeft de neiging om alle moslims op één hoopje te gooien en van die hoop een brandstapel te maken. Ook dat is een vorm van extremisme die eigenlijk dient afgekeurd te worden.
Ik blijf als leraar geloven in de kracht van sterk onderwijs als machtig wapen voor sensibilisering. Ik ben naast theoloog ook humanist en boven mijn identiteit als moslim ben ik altijd en overal mens en menselijk. Die eenvoudige visie is de sleutel tot kentering. Als we één heilige plicht hebben en dat woord ‘heilig’ niet reduceren tot een godsdienst, is het wel deze: als pedagogen, als leerkrachten en als mensen moeten we te allen tijde de raakpunten verstevigen en de verschillen een correcte doch bescheiden plaats geven. Tussen bijvoorbeeld het christendom en de islam zijn er veel meer gelijkenissen dan verschillen, dus moet het ook mogelijk zijn om een veel grotere verbondenheid tussen de gelovigen onderling te bereiken. De westerse wereld is dankzij een kwalitatief en kwantitatief uitstekend onderwijssysteem bijzonder goed geplaatst om deze kentering te bewerkstelligen. Wie goed onderwijs geniet, heeft geen enkele reden om op een denkniveau te blijven hangen dat als onder-wijs, als minder dan verstandig, kan beschouwd worden. Wetenschappers vonden in de loop der eeuwen antwoorden op vragen die vroeger door een gebrek aan kennis in de religieuze sfeer zaten.

Zons- en maansverduisteringen kunnen momenteel bijzonder helder voorspeld en verklaard worden, terwijl ze vroeger vaak als goddelijke tekens beschouwd werden. Ook medische problemen hebben door alfabetisering en kennis een wetenschappelijke oplossing gekregen en niet langer een godsdienstige en weinig betrouwbare remedie. Om even het gevaar van analfabetisme te accentueren: de voormalige Gambiaanse president Jammeh beweert door handoplegging en kruidenmixen mensen te kunnen genezen van aids, astma of hoge bloeddruk.
Ik zie hier niemand koning Filip raadplegen bij een ernstige kwaal. Jongeren hier, van welke afkomst ook, hebben rechtstreekse en onbeperkte toegang tot kennis. Iemand die op reis vertrekt, zal niet bidden om mooi weer, maar raadpleegt de app op zijn smartphone. Er is met andere woorden een zeer breed draagvlak voor wetenschap, maar religie lijkt daar tussen de mazen van het net te glippen. Leerkrachten en opvoeders moeten ook daar de wetenschap naar de mensen brengen en zaken in het juiste perspectief plaatsen. In die optiek moet godsdienst herleid worden van leefregel tot leidraad, liefst in een hedendaagse verpakking. Ik denk dat er weinig Vlaamse katholieke jongeren nog blind en letterlijk geloven dat Jezus een soort van tovenaar was die met een paar broden en vissen een heel Sportpaleis kon voeden. Maar vergis je niet, Vlaanderen is de wereld niet.
In de Verenigde Staten is ongeveer vijftig procent van de katholieke bevolking creationistisch. De evolutietheorie van Darwin wordt door deze mensen expliciet verworpen en het universum, de aarde en alle planten en dieren hebben hun ontstaan te danken aan een eenmalige bijzondere scheppingsdaad onder leiding van God. Deze creationisten proberen via politieke weg hun leer als verplicht schoolvak in te voeren. Onder hun invloed is de wetenschappelijke benadering van Darwin in grote staten als Texas en Californië bij wet uit de schoolboeken gebannen.
Deze uitweiding geldt als voorbeeld, niet als oordeel, maar het brengt me via een omweg wel opnieuw bij de kern van mijn betoog. Opvoeding en onderwijs spelen een cruciale rol in de vorming. Een gebrek aan onderwijs is een schrijnende realiteit die smeekt om universele aandacht. Maar selectief onderwijs en manipulatieve mismeestering eisen om tegenzetten. Noem het explosieve educatie, bedoeld om ooit tot ontploffing te komen.
Voor mij is onderwijs een uitgelezen kans om mensen met elkaar te verbinden, om met elkaar en niet naast of tegen elkaar te leven, om jongeren onder te dompelen in het warme bad van geweldige verhalen én die naar de eenentwintigste eeuw te vertalen, om slimme maar ook verstandige mensen te vormen, die wetenschappelijk en schappelijk zijn.
En omdat dit boek over verhalen gaat, denk ik dat het essentieel is om het hele verhaal te vertellen. De Westerse wereld wordt te vaak geconfronteerd met een subjectief gekeurde en daardoor gekleurde versie van de islam. Het woord ‘fatwa’ heeft steevast een pejoratieve bijklank, terwijl het eigenlijk een an sich uitstekend werkmiddel is om wetten te laten mee-evolueren. Sinds de fatwa tegen Rushdie is het woord synoniem geworden met ‘doodvonnis’, hoewel een fatwa ook bijzonder positief kan zijn en niet per definitie een vonnis is, laat staan een doodvonnis. Een fatwa moet aan heel wat eisen voldoen om ‘rechtsgeldig’ te zijn. Zo moet de wet zonder individueel opportunisme tot stand komen en zonder politieke bijbedoeling en adequaat zijn in de huidige wereld. Daarnaast moet de persoon of de instantie die de fatwa opstelt een grondige kennis van zaken hebben en oprecht zijn van aard. Ik vermoed dat je bij een straatinterview een andere ‘definitie’ zou krijgen.
Wist je trouwens dat na de terroristische aanslagen van 2005 in Londen een soennische raad stelde dat iedere aanslag onverenigbaar is met de islam en dat deze uitspraak in een fatwa werd gegoten om hem meer gewicht te geven. In hetzelfde jaar gaven Somalische geestelijken een fatwa uit omtrent de vrouwenbesnijdenis, waarin die als on-islamitisch wordt gesteld en vergeleken wordt met moord.
In 2014 hebben de hoogste islamitische rechtsgeleerden van Indonesië een fatwa uitgesproken tegen stroperij. Ze sporen gelovige moslims aan om zich te onthouden van alle handelingen die kunnen bijdragen aan het uitsterven van bedreigde diersoorten. Aan je blik te zien zijn de voorbeelden je onbekend, terwijl je ogen wel oplichtten toen ik fatwa en Rushdie aan elkaar linkte.
Het is hoog tijd om een correct totaalbeeld te scheppen van de islam en ons niet te beperken tot een angstaanjagende close-up.”

 

 

 

… door voor eigen deur te keren

 

Ik luister met figuurlijk open mond naar Brahims monoloog, die ook mijn ogen opent. Ik realiseer me dat ik slechts door een kiertje naar ‘zijn’ wereld heb gekeken, waardoor ik de afstand verkeerd heb ingeschat en dus overschat. En voor sommige zaken sluiten we gewoon de ogen of kijken we, al dan niet bewust, de andere kant op. Het valt me op dat Brahim voor niets blind is. Niet voor de ‘fouten’ van zijn geloofsgenoten, maar evenmin voor de rigiditeit waarmee men die in het Westen uitvergroot. Maar veel belangrijker is dat hij haast blindelings het goede blijft zien. Positivisme en hoop zijn steeds prominent van de partij. Om af te sluiten wil ik graag weten hoe hij zijn steentje kan bijdragen, al is wegdragen misschien toepasselijker bij de sloopwerken van de muren die ons scheiden.
“Samen met collega’s zijn we aan het werken aan een toegankelijke versie van de Koranexegese, die wijsheid en traditie verenigt met wetenschap en actuele rationaliteit. Die kijk op de Koran moet hét eindpunt zijn van de zoektocht van moslims maar tevens een bevattelijk beginpunt voor anders- of niet-gelovigen. Het wordt een werk van lange adem, maar de samenwerking met gedreven vak- en geloofsgenoten in een Europees platform geeft me zuurstof. Door de handen ineen te slaan, bundelen we een schat aan kennis, die in staat moet zijn om met een realistisch en aantrekkelijk relaas de nonsens aan te pakken en te bannen. De oorspronkelijke teksten blijven het begin- en eindpunt van alles en we ontleden die met een kritische en humane kijk. Dat authentieke appel willen we vertalen naar een verhaal dat moderner is, zowel qua begrip van de inhoud als qua verpakking. De Koran biedt trouwens ook een schat aan verhalen die perfect bruikbaar zijn voor films of series. Door letterlijk ‘het boekje te buiten te gaan’ en ons niet alleen te beperken tot een geschreven versie, ontstaat er ruimte voor humor en dialoog, al is het maar omdat dragers als toneel en film die componenten nodig hebben om een verhaal te vertellen. We staan zeker open voor de technologie om ons verhaal te kunnen vertellen, al maakt dat het werk uiteraard nog wat uitvoeriger.
In de hoop om verhalen te kunnen maken die een breed publiek aanspreken, spreken wij bij de realisatie ervan zelf een brede groep mensen aan. Zo zijn we actief op zoek naar bijvoorbeeld vrouwen om zelf initiatief te nemen en mee te werken.
Ik geloof er rotsvast in en met mij vele anderen. En ik geloof net als jij in de kracht van verhalen, Johan. Verhalen die informeren en enthousiasmeren, geen verhalen die discrimineren en demoniseren. Verhalen die geschreven worden met hoop, niet met bloed.
Ik ben een heel gelovig man. Ik geloof in Allah, maar ik heb ook een onwankelbaar geloof in dit ‘project’, in ons menszijn en in de genese van een moderne islam. Vaak krijg ik het verwijt dat ik te liberaal ben, terwijl ik een onfeilbaar vertrouwen koester in God. Het is aan Hem en Hem alleen om te bepalen wie al dan niet welkom is in het paradijs. In dat opzicht mogen we geen enkele valse ambitie koesteren. Het is niet aan ons om te oordelen en nog veel minder om te veroordelen. We moeten leven met het nederige maar bevrijdende besef dat we gelijkaardig en gelijkwaardig zijn.
Om dat doel te bereiken, gebruik ik graag verhalen. Want verhalen kunnen overhalen. Ik wil verleiden zonder te misleiden. Om af te ronden wil ik benadrukken dat ik een volledig beeld wil schetsen: de halve waarheid is een hele leugen.”