Frank van Ooijen: de toekomst is begonnen

Frank van Ooijen is één van Nederlands grootste autoriteiten op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen en verandertrajecten rond duurzaamheid bij bedrijven. Al op het einde van vorige eeuw schudde Frank aan de boom en die aanpak werpt nu echt vruchten af.  Tijd voor een ‘grensoverschrijdend’ gesprek.

Frank van Ooijen werkte onder meer voor het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken, voor Unilever, Rabobank en Royal FrieslandCampina. Sinds dit jaar zet hij zijn expertise en enthousiasme in als zelfstandig consulent. Frank praat vol passie over de omslag die het Nederlandse bedrijfsleven de voorbije 20 jaar heeft gemaakt: na een lange verkenningsronde heeft men in sneltreintempo de levensbelangrijke stap van praat naar daad gezet.

Hoopgevend en winstgevend

Het werd een atypisch interview: Frank had in zijn enthousiasme zo veel te vertellen, dat we nauwelijks vragen moesten stellen. Geboeid luisterden we naar een hoop hoopvolle verhalen.

“Elke dag opnieuw kom ik in contact met verhalen of mensen die met een verschillende aanpak ook echt het verschil maken. De wereld heeft ontdekt dat er met duurzaamheid ook geld te verdienen valt. In Nederland spreken we niet meer in de voorwaardelijke wijs, maar pakken we de zaken sinds kort fundamenteel anders en beter aan. Beleidsmatige, breedgedragen visie zorgt ervoor dat nagenoeg iedereen meestapt in een toekomstgerichte transitie. In de voedingssector, waar ik mijn sporen verdiende, pakt men het bij de bron aan. Overtuigende oplossingen trokken de van nature behoudsgezinde boeren mee over de streep. Ze verhuren bijvoorbeeld de dakruimte van hun schuren en stallen aan energiebedrijven voor het installeren van zonnepanelen: de boeren houden er een flinke cent aan over en leveren in de vorm van groene stroom, die ze zelf ook gratis gebruiken, een maatschappelijke bijdrage.”

De kers op de koeientaart

“Nog niet zo lang geleden werden koeien eenzijdig als grote vervuilers beschouwd vanwege hun uitstoot van methaan. Pakweg tien jaar geleden moest ik niet afkomen met een verhaal over mestvergisting. Op dit moment is er 150 miljoen euro subsidie vrijgemaakt door de overheid voor melkveehouders, die aan de slag gaan met hun ‘afvalproduct’. Uit vergiste mest wordt methaan gehaald als alternatief voor de risicovolle lokale aardgaswinning. Daarnaast kan je mineralen zoals fosfaat uit de mest halen en is aan het eind van het vergistingsproces de compost  een uitstekend alternatief voor kunstmest. Onder het motto ‘We want to create a world where people give a shit about the planet’ sleepte een Nederlandse onderneemster zelfs 200.000 dollar in de wacht van de Chivas Venture voor Mestic, haar merk met kleding op basis van koeienmest.”

Accelereren door te selecteren

Frank is een passionele prater, die echter ook de typisch Nederlandse pragmatiek predikt: practice what you preach. Terwijl wij nog volop aan het theoretiseren zijn, staan onze noorderburen al vele stappen verder.

“Ook in Nederland zijn we vertrouwd met de 17 SDG’s die tegen 2050 gerealiseerd zouden moeten worden. De aanpak van onze bedrijven en overheden is echter anders dan de Belgische, waar nog te veel gepalaverd wordt: wij selecteren per sector de meest relevante en urgente doelstellingen en schuiven die niet op de lange baan, maar proberen die zelfs voor 2030 te realiseren.
‘Niet kiezen is verliezen’ zou hier het motto moeten zijn: als je alle SDG’s nastreeft, ga je er waarschijnlijk geen enkele realiseren. Ik neem FrieslandCampina als voorbeeld. Acht jaar lang heb ik mee aan de duurzaamheidsknoppen gedraaid bij deze multinational, en we hebben veel bereikt met een aanpak van zeg maar ‘horses for courses’. Aan de energie- en klimaatdoelen wordt vooral hard gewerkt op melkveehouderijen en zuivelfabrieken in Nederland en buurlanden. Logisch, want in deze regio is de CO2 -voetafdruk en het energiegebruik van FrieslandCampina mondiaal gezien het hoogst. Daar zie je zonnepanelen op staldaken, windmolens, grote programma’s voor energie-efficiëntie, maar ook zuivelfabrieken die draaien op duurzame biomassa en groengas uit vergiste mest. In Azië en Afrika, waar FrieslandCampina ook goed vertegenwoordigd is, wordt op een andere wijze het verschil gemaak. In dit deel van de wereld ondersteunt het bedrijf 250.000 kleine boeren in de melkveesector met training, opleiding en het beschikbaar stellen van microfinanciering. Zo worden weer andere hoofddoelen van het mondiale duurzaamheidsprogramma én diverse SDG’s van de Verenigde Naties gerealiseerd.”

 

Ook menselijk kapitaal in de weegschaal

Het optimisme van Frank werkt aanstekelijk, maar uiteraard blijven we kritisch. In Vlaanderen is de vraag ‘economie of ecologie?’ nog brandend actueel.
“Wereldwijd wordt die vraag nochtans steeds minder gesteld en focust men zich op het antwoord, dat niet of maar én is. Bedrijven die de omslag maken vinden een perfect evenwicht tussen groot geld en menselijk kapitaal. Het ondernemerschap op korte termijn creëert risico’s voor de bedrijfscontinuïteit, omdat er te weinig wordt geïnvesteerd in de eigen transities. Zo loop je het risico de  ‘nieuwe Kodak’ te worden.  Bij een kortetermijnaanpak verlies je ook veel veld ten aanzien van de  purpose van een bedrijf. Welke hoger gelegen maatschappelijke doelen dien je eigenlijk als bedrijf met je mensen, kennis, kapitaal en je producten of diensten? Op die vragen moet je een antwoord kunnen geven, want ook in de bedrijfswereld is er echt sprake van een ‘klimaatsverandering’. Twintig jaar geleden kon een CEO nog verkondigen dat de verantwoordelijkheid van een bedrijf stopte aan de fabriekspoort, maar dat is nu ondenkbaar geworden. Bedrijven erkennen dat ze  medeverantwoordelijk zijn voor allerlei maatschappelijke ontwikkelingen en proberen daar in positieve zin ook iets mee te doen. Het feit dat ook giganten als China en de VS aan een intensieve transitie bezig zijn inzake energie & klimaat, transport & mobiliteit, wonen en  werken, sterkt mij in de overtuiging dat het goedkomt. Het menselijke vernuft is groot, evenals als de overlevingsdrang.”

Overhalen met verhalen: de onstuitbare overredingskracht van storytelling

Frank begint zelf over storytelling: de sustainable switch bij FrieslandCampina werd een succes dankzij authentieke verhalen uit de organisatie.
“Bij FrieslandCampina hebben we een heel sterke strategie uitgezet, met drie duidelijke doelen: gezonde voeding, duurzame productie en een werkwijze die de boeren ten goede komt. De purpose was duidelijk, maar het waren verhalen over en voor mensen die de massa in beweging brachten. Verhalen in woord en beeld met protagonisten uit elke geleding van het bedrijf en van de bevolking, die de kracht hadden om een immense multinational te motiveren en te mobiliseren.
Mij moet je niet meer overtuigen: storytelling is een geniaal en inspirerend werktuig.”

You can’t milk a cow with your hands in your pants

Het gesprek met Frank loopt op zijn einde. Hij overtuigt met verhalen, die ondanks weerstand op een happy end uitdraaien. En Frank is meer dan mooie woorden: hij pakt de dingen ook echt aan.
Het mooiste aan deze bevlogen mens? Dat hij als grootdenker ook van kleine dingen kan genieten.
“Duurzaamheid moet mainstream worden. En dat gebeurt nu ook. Door te vernieuwen en in te spelen op specifieke behoeftes, kunnen bedrijven een hoge standaard garanderen voor dagelijkse producten met een betaalbare prijs. Zo moet een zuivelproducent zijn winst niet zoeken in basisproducten, maar wel in gespecialiseerde segmenten zoals sportvoeding, babyvoeding of voeding voor ouderen. Als je daar marges neemt, kan je ook in andere productcategorieën van zuivel blijven investeren in kwaliteit en duurzaamheid.  Op die manier kan je op grote schaal – bedrijfsbreed en ketenlang- stappen voorwaarts zetten. Het is echter essentieel om uitdagingen te blijven aangaan, daadwerkelijk te innoveren en niet bij de pakken te blijven neerzitten. Ik kijk met bewonderende blik naar België, met zijn fantastische culinaire aanbod en rijke eetcultuur. Maar waarom lijkt het marstempo op duurzaamheid in agrifood in België toch een stuk lager te liggen dan in Nederland? Het verwondert me én baart me zorgen. Zorgen voor morgen? Die vrijheid hebben we niet: de toekomst is nu!”