Voedselbossen: alternatieve opbrengst uit het bos

In het kader van een Platteland Plus project is Bosgroep Zuiderkempen op zoek gegaan naar alternatieve producten uit het bos.

Eén aspect dat in het Vlaamse bosbeheer amper aan bod komt, is voedsel: de geringe aandacht beperkt zich  veelal tot faunabeheer (jacht) en het plukken van paddenstoelen. Dit laatste gebeurt bovendien nog het meest door Oost-Europeanen. De gedachte om bossen te beheren met een sterk accent op voedselwinning (buiten de jacht), vraagt voor een klassiek geschoolde bosbouwer een serieuze mentale omwenteling. Tot heden zijn biodiversiteit, houtproductie en recreatie de kapstokken geweest om doelstellingen en beheermaatregelen vast te leggen in het bosbeheer. Is het mogelijk om dit trio uit te breiden naar een krachtig klavertje vier,  met voedselproductie als extra kapstok voor bosbeheer?

Ik herinner me een trotse bosbouwer die we ontmoetten op een inleefreis van de bosgroepen in Ecuador. Hij combineerde voedselproductie en houtproductie in zijn bos, verkocht zijn vruchten op de lokale markt en kon zijn gezin hiermee een inkomen geven.

Bij ons zijn er heel wat inheemse soorten die als voedselbron iets te bieden hebben. De meest bekende zijn de bramen, aalbessen, zwarte bessen, blauwe bosbessen, vlier, beukennootjes, hazelnoten. Jonge linde- en berkenblaadjes kunnen in de salade, beuk is ideaal om oesterzwammen te telen, hazelnoten bevatten heel wat eiwitten, van sleedoornbessen maak je lekkere jenever, berkensap werkt zuiverend … Volop lekkere en voedzame natuurlijke producten dus, maar uiteraard niet de weelderige rijkdom van tropische bossen, waar je niet moet spreken van een handvol maar van een mandvol. Ik realiseerde me dat ‘de oogst’ misschien wat te mager was om bosbeheerders meteen te overtuigen, maar anderzijds was hij rijk genoeg om mijn aandacht vast te houden?   Nieuwsgierig  schreef ik me in voor een cursus in Nederland. Hieronder vind je een beschrijving hoe voedselbossen in Nederland en Engeland geïnterpreteerd worden.

Wat is een voedselbos?

Een voedselbos is een door de mens ontworpen systeem, gericht op duurzame voedselproductie.
Hierbij combineert het de ecologische principes van een natuurlijk bos met voedselproductie.
Het bestaat voornamelijk uit meerjarige, houtige planten. Kenmerkend is de grote verscheidenheid aan soorten die via een slim ontwerp door elkaar worden geplant: niet enkel soorten in functie van voedselproductie, maar ook in functie van plaagbestrijding, bestuiving, houtproductie, esthetische of recreatieve doelen… Het is dus geen of- maar een enverhaal, waarbij voedselproductie niet ingaat tegen de overige objectieven van een bos. Naast inheemse soorten worden ook uitheemse soorten gebruikt, aangezien eerstgenoemde categorie te beperkt is voor grote en veelzijdige voedselopbrengsten. De plan(t)matige aanpak heeft een imposante impact: het is indrukwekkend hoeveel meer eetbare planten er zijn waarmee je iets lekkers kunt bereiden.

Het ontwerp van een voedselbos is geïnspireerd op de gelaagde opbouw zoals men in een aantal natuurlijke bossen in Europa en een aantal tropisch regenwouden kan aantreffen.

De volgende 7 lagen worden voorzien in een voedselbos.

  1. Grote bomen (+ 8m) vb. walnoot, linde, kers, tamme kastanje
  2. Lage bomen (3 tot 8m) vb. mispel, appel, pruim
  3. Struiklaag (1 tot 3m) vb. gojibes, jostabes, honingbes, aalbes, appelbes
  4. Kruidlaag (0,20 – 1m) vb. smeerwortel, brandnetel, varens
  5. Wortels en knollen vb. aardpeer
  6. Bodembedekkers (0 tot 0,20m) vb. aardbei, postelein, bosbes
  7. Klimplanten vb. kiwibes, druiven, hop, chocoladerank

De aanwezigheid van deze verschillende lagen is belangrijk voor een systeem dat zichzelf in stand houdt.

Een voedselbos hoeft niet groot te zijn. Het kan variëren van een achtertuin tot een geheel van verschillende hectaren groot. Na enkele jaren kan men al beginnen oogsten. De oogst is niet enkel voor de mens. Het is de bedoeling dat de natuur mee-eet.

Volgens het Agentschap van Natuur en Bos (ANB) kunnen voedselbossen zoals hier beschreven als bos beschouwd worden. De bosdecreetspelregels zijn dan ook van toepassing. Zo is het niet toegelaten om inheemse soorten te vervangen door exoten. Je stelt best een beheerplan op, want dan ben je vrijgesteld van machtigingen die je nodig hebt om voedsel te oogsten (enkel voor openbare bossen) en planten weg te nemen. Zorg er ook voor dat je in regel bent met de toegankelijkheidsregeling om eventuele bezoekers toe te laten vrij te plukken.

Rijke bodem – hoge productie – weinig werk

 

In een voedselbos maken we de bodem rijker. Dit doen we niet door mest toe te voegen, want dan daalt de samenwerking tussen wortels en schimmels (mycorrhyza). Belangrijk is dat het strooisel nooit verwijderd wordt.  Het zorgt voor een rijk bodemleven (evenwicht tussen bacteriën, schimmels en insecten) en houdt goed water vast. We mikken op natuurlijke evenwichten. Het gebruik van pesticiden is dan ook uit den boze.

Een natuurlijk bossysteem, zoals dit van een voedselbos, herbergt een grote biodiversiteit en productiviteit. Dat komt door de verschillende lagen die op elkaar afgestemd zijn. Soorten die bijvoorbeeld veel stikstof nodig hebben om vrucht te dragen, krijgen als buur een stikstofbindende plant, die met zijn afstervende blad en wortels voedsel vrijmaakt dat weer in de kringloop terechtkomt. Dat resulteert in een rijke oogst.

Het is de bedoeling dat de arbeid in een voedselbos steeds minder wordt. Een goed ontworpen voedselbos houdt op lange termijn zichzelf in stand. Hier en daar zal er wat gekapt dienen te worden om licht en ruimte te geven. Een teveel van een bepaalde soort wordt gemaaid en als mulch weer in het systeem gebracht. Opruimen doet de natuur zelf. Er wordt in het voedselbos geen blad weggehaald: hiermee zou de kringloop verstoord worden. De basis is dat je met de natuur samenwerkt!

Hoe begin je aan een ontwerp?

Een goed ontwerp start met grondig studiewerk. Eerst en vooral bestudeer je de geschiedenis, de ruimtelijke bestemming en de huidige situatie van je perceel. Je overloopt de oriëntatie, de wind, de bodem, het voorkomen van grond- en oppervlaktewater, de nabijheid van eventuele natuurgebieden of wooncentra. Verder bepaal je goed je doelstellingen. Wil je een plukbos, een bosrand met voedsel in. Is de opbrengst voor eigen gebruik of wil je je oogst verkopen of delen met de buurt?
Vervolgens start je met de hoge bomen te schetsen op je plan. Deze dienen goed op afstand te worden ingetekend, zodat er voldoende licht binnenvalt voor de lagere bomen en struiken. De grote bomen zijn enorm belangrijk voor een succesvol voedselbos. Ze zorgen niet alleen voor beschutting, maar ook voor de productie van een grote hoeveelheid organisch materiaal. De verschillende lagen worden zodanig gerangschikt dat voor alle soorten samen een geschikt klimaat ontstaat om in te groeien en vrucht te dragen. Wind kan bijvoorbeeld getemperd worden door aanplant van grotere bomen op de heersende windrichting. Deze bomen geven tegelijkertijd beschutting aan de andere lagen.

In een natuurlijk bos gebeurt dit geleidelijk via successie. Eerst komen de pioniersoorten zoals populier, wilg, berk en els. Het zaad wordt via de wind verspreid. Vervolgens komen via de vogels halfschaduwsoorten zoals lijsterbes, meidoorn, Gelderse roos en vlier. Deze soorten hebben dankzij de pioniersoorten al een betere bodem, hebben beschutting tegen de wind en staan in de halfschaduw. Vervolgens verspreiden grotere vogels, eksters, zoogdieren, muizen … de zaden van meer schaduwverdragende climaxsoorten (tamme kastanje, eik, beuk …). Laat je bij je ontwerp inspireren door deze natuurlijke successie.

Welke soorten planten en waar?

De soortenkeuze en de locatie ervan is de laatste stap van je ontwerp. Hierbij houd je rekening met de architectuur van de planten, de periode van bestuiving, de bodem, de diepte van het grondwater en de oriëntatie in functie van de zon. Noten hebben bijvoorbeeld een diepe grondwatertafel nodig (minstens 80 cm in de winter). Bessenstruiken plant je best niet in de zon, want ze zijn echte bosplanten en hebben wat beschutting nodig.  De abrikoos houdt van zon, terwijl de mispel zich beter voelt in de halfschaduw.

Het is onmogelijk om in het kader van dit artikel een overzicht te geven van de honderden voedselsoorten die in Vlaanderen kunnen groeien. Er zijn verschillende gespecialiseerde boomkwekers die dit plantgoed aanbieden. Hieronder wordt een viertal uitheemse soorten in de kijker gesteld.

Onze walnoot (Juglans regia) is een uitzonderlijk interessante voedselboom. Hij heeft veel licht en zon nodig en kan dus het best in de bosrand geplant worden. Je kan deze boom zeer goed combineren met witte of zwarte els. Na 7 jaar zal hij de els voorbijsteken en in het volle licht komen te staan. Walnoot stelt geen hoge eisen aan de grond, al gedijt hij het best op een goed doorlatende, humusrijke bodem. De noten zijn zeer gezond en bevatten veel eiwitten.

De peervormige lijsterbes (Sorbus domestica) is een boom die uiterlijk lijkt op de gewone lijsterbes, maar deze soort groeit forser en draagt veel grotere vruchten. Het natuurlijke groeigebied van deze soort is Midden- en Zuidoost-Europa. In de ons omringende landen is hij te vinden in Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Het is een langzame groeier die als bosboom wel 30 m hoog  kan worden. Het hout is één van de meest kostbare van de hele wereld. Hij vormt peer- of appelvormige vruchten die van september tot oktober rijpen. De vruchten worden gegeten zoals de mispel: ze moeten narijpen en zacht worden, vooraleer ze eetbaar zijn. Het uitgeperste sap van rijpe vruchten wordt vooral gebruikt als bijmenging bij appelsap en appelwijn, die daardoor aromatischer, houdbaarder en lichter verteerbaar worden. Omwille van de kwaliteiten werd deze boom in Duitsland in 2006 als ‘boom van het jaar’ verkozen. Pas op, ze zijn kankergevoelig. Koop dan ook zoveel mogelijk kankerresistente variëteiten.

De pawpaw (Asima triloba) is de grootste inheemse Noord-Amerikaanse boomvrucht. Hij kan tot 12 meter hoog worden, is eenhuizig, bladverliezend, koudetolerant, heeft graag een humusrijke bodem en heeft een piramidevormige groeiwijze. De bloemen ruiken naar rottend vlees en worden bestoven door aasvliegen. De eerste jaren heeft hij voldoende schaduw nodig. Eens hij goed begint te groeien, houdt hij van zon en warmte.

De vrucht ziet eruit als een zéér dikke boon die van half oktober tot half november afrijpt. De zoete smaak lijkt op een mengeling van banaan, peer en ananas, met een vleugje chocolade. Het is een zeer volledig voedingsmiddel, dat zelfs wordt aangehaald als ideaal babyvoedsel. De plant bevat bovendien een natuurlijk insecticide en sterk kankerwerende stoffen. De bewaartijd van de vrucht in de koelkast is slechts 1 week.

Chocoladerank of schijnaugurk (Aceba kinata) is een klimplant die je gemakkelijk in boswilgen of andere bomen kunt laten groeien. De plant (tot 6 meter hoog) komt uit de bossen van China. Het is een echte schaduwsoort die behoorlijk winterhard is. Ze vormen trossen bruinpaarse bloemetjes die in warme zomers uitgroeien tot vlezige, blauwe tot paarse worstvormige vruchten. Het vruchtvlees wordt rauw gegeten en smaakt naar zeer zoete peer en meloen. Je moet minimaal twee exemplaren planten voor vruchtzetting.

Conclusies

Voedselbossen zijn heel aantrekkelijk, al is het alleen maar om een rijk assortiment aan gewassen en vruchten te hebben die de agrarische sector niet produceert en dus niet bij de groenteboer liggen. Er is zoveel dat je kunt eten en dat we niet kennen. Veel ervaring is er echter nog niet. De meeste initiatieven zijn zeer jong (jonger dan 10 jaar) en echte volwassen voedselbossen zijn nog niet te bespeuren.

Gezien de oogst van een wild voedselbos zeer arbeidsintensief is, zal het heel moeilijk zijn om ze rendabel te maken. Daarentegen zijn ze wel enorm interessant voor particulier gebruik of in openbare ruimtes of speelzones. Het onderhoud is miniem en dus kostenbesparend en de meeste mensen vinden het fijn om eetbare soorten te leren kennen.

Door de sterke verwevenheid tussen bos en stedelijk milieu zijn er heel wat kansen voor voedselbossen in Vlaanderen. Wel dient goed nagegaan te worden wat wel en niet kan, conform het bosdecreet. Je zal alvast een open bosstructuur dienen uit te bouwen, of je kan het voedselgedeelte in de bosrand concentreren.

Hoe meer je je verdiept in het concept ‘voedselbossen’, hoe meer je geconfronteerd wordt met de hoeveelheid kennis die er nodig is om deze op de juiste wijze in te richten. De aankoop van voedselsoorten is bovendien duur, zodat fouten best zoveel mogelijk vermeden worden. De mate waarmee je je bos wil ‘vereetbariseren’ bepaal je echter zelf. Velen zullen misschien al tevreden zijn met een appelboom aan de bosrand. Of moeten we eerder denken aan het planten van vijgenbomen in ons steeds warmer wordend Vlaanderen?

Meer info?

Bosgroep Zuiderkempen organiseert een workshop rond voedselbossen op zaterdag 17 november (zie activiteiten/cursussen achteraan deze Bosgazet). Je kan ook heel wat informatie vinden op internet of vrijblijvend met je Bosgroep contact opnemen voor vragen.

 

 

Activiteiten/cursussen:

Workshop voedselbossen

Is je interesse gewekt tijdens het lezen van het artikel over voedselbossen en ben je benieuwd naar meer? Heb je zin om er zelf mee aan de slag te gaan, maar weet je nog niet hoe? Dan is deze workshop een ideale kennismaking met de basisprincipes van voedselbossen.

Tijdens deze workshop zullen in de voormiddag de basisprincipes van een voedselbos toegelicht worden en in de namiddag gaan we op terrein om de theorie aan de praktijk te toetsen.

Organisatie: Bosgroep Zuiderkempen vzw

Lesgever: Frank Petit-Jean (VELT vzw.)

Afspraak:

Wanneer: zaterdag 17 november 2018 van 9u00 tot 16u30

Waar: Parochiezaal van Rosselaar, Roggestraat 12 in Balen

Inschrijven: Info of inschrijven via mail naar zuiderkempen@bosgroep.be met als onderwerp ‘Workshop voedselbossen’ of telefonisch via 014 27 96 55